• Ridderdame Klervie tegen drakenkop Frustratio

    De saga van de “Ridders van de Lente” gaat voort met onze Ridderdame Klervie de Optimistische, die de strijd aangaat met drakenkop Frustratio, die niets anders doet dan klaagzangen afsteken en slachtoffer spelen. Hoe zal het haar vergaan? Licht geromantiseerd; 100% waarachtig!

    De spanning stijgt. Ze wordt voelbaar zwaar. De blikken kruisen elkaar maar elke vorm van waardering is ver zoek. Hoe haalde de organisator het in zijn hoofd om zoveel verscheidenheid binnen de onderneming aan één en dezelfde tafel uit te nodigen? Hoge managers, kaderleden, arbeiders, vakbondsafgevaardigden, verantwoordelijken van vorming, communicatie, werkplaats en human resources. Bovenop die diversiteit aan functies kwam nog een verscheidenheid aan herkomst en overtuiging. Maar pas op, iemands overtuiging aanduiden, dat mag niet, uit respect en met het oog op gelijke kansen. Nochtans was het in een context waar al deze mensen samengebracht werden, vanzelfsprekend dat het meer op één grote hypocriete boel leek dan op iets anders. De rijkdom van al deze verscheidenheid was de bestaansreden van deze bijeenkomst: samen oplossingen vinden voor problemen rond diversiteit binnen de onderneming.

    De doelstelling van de dag was om samen basisprincipes te vinden voor samenwerking en collectief denken om een diversiteitscomité op poten te zetten dat concrete oplossingen moest uitwerken voor problemen die meer en meer voorkomen en alsmaar complexer worden binnen de onderneming: een te laag aantal vrouwen in directeursfuncties, de toegang tot de kantoren voor gehandicapten, halalgerechten in de kantine, bidden op de werkplek in aanwezigheid van anderen, enz.

    ‘s Ochtends was Ridderdame Klervie de Optimistische, zoals haar naam al te kennen geeft, heel optimistisch. Ze had immers het volste vertrouwen in haar ervaring en methode en hoopte wel degelijk iets concreets en bruikbaars te halen uit deze groep, die nog nooit had samengewerkt en alle mogelijke tegengestelden binnen de onderneming vertegenwoordigde.

    Door de vergadering te starten met een openingsrondje waarop iedereen kort iets kon zeggen, wilde Klervie de dag rustig aan en op een aangename manier beginnen. Maar de tussenkomst van de eerste deelnemer in de eerste minuut besliste daar anders over: “Wel, ik ga direct zijn. Ik voel me heel goed, maar ik wil toch iets kwijt. Ik kom uit de streek van Antwerpen, ik ben Vlaming en ik kan niet goed opschieten met Arabieren.”

    De waakzame blik van Klervie, die haar mooiste ‘pokerface’ opzette, ging meteen richting 2 van de 3 vakbondsafgevaardigden van Arabische origine. “Stevenen we al meteen op een rel af?”, vroeg Klervie zich af.

    Gelukkig werd onze Ridderdame snel gerustgesteld toen ze het gezicht van de 2 vakbondsafgevaardigden zag, die, hoewel ze zich zichtbaar aangesproken voelden, toch voldoende open van geest bleken en de woorden van dit krasse kaderlid met een onverwachte welwillendheid aanhoorden.

    Enkele deelnemers later nam de 3e vakbondsvertegenwoordiger, van Portugese origine en onmiskenbaar ook vertegenwoordiger van draak Sixo’s kop Frustratio, het woord en zei:

    “Ik ga eerlijk zijn, de vergadering is nog maar 10 minuten bezig en ik heb al zin om te kotsen. Ik heet José en ik ben vakbondsafgevaardigde. Ik ben arbeider bij onderhoud. Ik ga heel duidelijk zijn, ik ben hier om voor mijn kameraden te spreken die het niet gemakkelijk hebben. Er gebeuren echt smeerlapperijen in deze onderneming … (2 minuten later) … en eerlijk gezegd, managers zijn klootzakken.” “De vergadering zal misschien toch niet zo simpel zijn …”, dacht Ridderdame Klervie bij zichzelf.

    Een uurtje later, na de uitleg over de theoretische basisprincipes, begon onze Ridderdame, nog altijd even optimistisch, aan een oefening genaamd ‘collectief denken’. Het principe was om één van de deelnemers te helpen met een probleem door het te delen met anderen en zo ideeën te verzamelen van alle andere deelnemers om het probleem in kwestie op te lossen.

    Ze had dit instrument al zo vaak ingeschakeld en wist dus dat het bijzonder geschikt was om de energie van drakenkop Frustratio, die meestal bol stond van geklaag en kritiek, om te buigen naar opbouwende, creatieve energie met een gezonde dosis solidariteit.

    De deelnemer die zijn probleem op tafel mocht leggen, was onze eerste spreker, afkomstig uit de streek van Antwerpen en manager in de afdeling Informatica. Hij legde de groep een complex probleem voor rond een lastenboek met specifieke verplichtingen, zonder duidelijke context. Kortom, geen sinecure. De hele groep, ook onze vakbondsafgevaardigden, speelde het spel mee en begon hem vragen te stellen om zijn probleem beter te begrijpen. Elke deelnemer mocht om de beurt een vraag stellen. Toen het de beurt van José was, stak die van wal met een tirade waarbij iedereen een déjà-vu-gevoel kreeg en die veel weghad van een tragikomedie:

    “Ik herhaal dat ik vakbondsafgevaardigde ben. Ik ben hier om voor mijn kameraden te spreken, die het niet gemakkelijk hebben. Er is heel veel onrechtvaardigheid in deze onderneming … (1 minuut later) … en eerlijk gezegd, managers zijn klootzakken.”

    “Een klaagzang afsteken en vervolgens het slachtoffer uithangen, is wellicht de besmettelijkste parasiet in een collectieve denkoefening. Om deze laatste succesvol te maken, zal men drakenkop Frustratio snel moeten herkennen, ernaar luisteren om hem te kalmeren en hem zo snel mogelijk uitnodigen om na te denken of te handelen door meteen terug te keren naar het doel van de vergadering. Eén geslaagde ingreep kan het verschil maken tussen een rampzalige vergadering of een moment van pure magie.” – Bali de Tovenaar.

    Geamuseerd en geërgerd tegelijkertijd, toonde Ridderdame Klervie zich in haar rol van moderator bijzonder bijdehand en antwoordde het volgende:

    “José, al wat je ons hier zegt, is ongelofelijk belangrijk. Als er echt ‘smeerlapperijen’ in deze onderneming gebeuren die de bedienden en de arbeiders schade toebrengen, dan moeten die benoemd, aan de kaak gesteld en aangepakt worden. Trouwens, ik ben ervan overtuigd dat er zowel onder managers als onder medewerkers klootzakken bestaan. Dit gezegd zijnde, dat probleem is nú niet aan de orde. Heb je een vraag voor onze vriend om zijn probleem beter te begrijpen? Of is het duidelijk voor jou?”

    De Frustratio in José werd gekalmeerd en hij kon alleen maar antwoorden: “Ik heb niets begrepen van het probleem, dus ik heb geen specifieke vragen. Ik pas.”

    Dan komt het moment waarop iedereen gevraagd wordt ideeën voor oplossingen aan te reiken. José laat zijn beurt verschillende keren voorbijgaan, want het probleem was voor hem een ver-van-mijn-bedshow. Maar doordat hij de denkpistes van de anderen hoort, begint hij toch zelf ook het spel mee te spelen en elementen op tafel te leggen.

    Aan het einde van de dag sloeg José echt iedereen met verstomming toen hij tijdens het afsluitingsrondje spontaan en geheel oprecht zei:

    “Awel, ik moet toegeven dat ik nu begrijp waarom jullie, managers, meer verdienen dan wij. Wat een kloteboel waarmee jullie dagelijks moeten bezig zijn!”

    De hele groep begon hard te lachen, blijk gevend van verbazing én goedkeuring. Zijn collega-vakbondsafgevaardigden knikten ook instemmend en reageerden als volgt op de woorden van José:

    “Wat vandaag gebeurd is, is ongelofelijk. Ik had nog nooit een vergadering meegemaakt waar het mogelijk was naar elkaar te luisteren, je mening te geven zonder elkaar te veroordelen of te beledigen. Zonder elkaar iets naar het hoofd te slingeren ook! En waar de uitkomst uiterst waardevol en bruikbaar is. Ik zou willen dat onze vakbondsvergaderingen met onze collega’s ook zo verlopen.”

    Enkele dagen later deden alle deelnemers pogingen om hun eigen werkvergaderingen efficiënter te maken. Met wisselend succes. Maar het idee dat ‘het anders kan’ is onherroepelijk gezaaid in die onderneming.

    Lionel Barets

    Gepubliceerd op 2/2/2016